Leo Jacobs maakt de dienstregeling in orde

Wie in Zuidoost-Brabant bij een bushalte de vertrektijden op het bord raadpleegt, kijkt naar het werk van Leo Jacobs. Als vervoerkundige bij Hermes is het zijn belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de dienstregeling in orde is. Dat betekent, in de woorden van Leo: “Een dienstregeling waarmee we onze klanten blij maken, die uitvoerbaar is voor chauffeurs en die past binnen de financiële kaders.”

Wat houdt jouw werk als vervoerkundige in?

“Elk jaar in december wijzigt NS de dienstregeling. Om ervoor te zorgen dat de bussen aansluiten op de nieuwe aankomst- en vertrektijden van de treinen, verandert ook de dienstregeling van de bussen. Dat is een hele puzzel, want NS is maar één van de partijen waarmee de dienstregeling rekening moet houden. We willen ook zo goed mogelijk aansluiten op andere buslijnen. Daarnaast houden we rekening met de wensen van reizigers en van gemeenten en de provincie. En dat alles moet natuurlijk binnen de financiële ruimte die we hebben.”

Ben je daar het hele jaar mee bezig?

“Ja. Zodra een nieuwe dienstregeling is ingevoerd, beginnen we alweer met de inventarisaties voor de dienstregeling van het volgende jaar. In januari/februari zijn de nieuwe NS-tijden bij benadering bekend. Daarnaast verzamelen we de klachten en wensen van reizigers, vanuit het reizigersoverleg Brabant (ROB), eigen chauffeurs en gemeenten en bekijken dan waar we een oplossing voor kunnen bieden. Het is helaas niet mogelijk om elke individuele wens te honoreren. Vervolgens hebben we besprekingen met wegbeheerders en collega-vervoerders over plannen voor de komende dienstregeling. De eerste ideeën zijn  eind maart klaar, die gaan we dan verder uitwerken. Daar zijn we tot ongeveer eind mei mee bezig.”

Waar houd je rekening mee bij het uitwerken?

“Bij het uitwerken van de dienstregeling maken we gebruik van alle data die wij beschikbaar hebben. Rijtijden meten we met een boordcomputer: zo weten we precies hoe lang een rit gemiddeld duurt. De bussen mogen niet veel te laat bij de halte komen, maar zeker niet te vroeg. We willen dat gemiddeld minimaal 85% van de ritten op tijd op het eindpunt is.

Verder kunnen we dankzij de OV-Chipkaart op ritniveau bekijken welke bussen druk zijn. Op basis van die informatie kunnen we beslissen of het nodig is om op een bepaalde lijn meer bussen in te zetten, of juist de ritfrequentie terug te brengen. We laten liever geen lege bussen rondrijden. Aan de ene kant omdat we zelf verantwoordelijk zijn voor de opbrengsten die we genereren, maar het is voor het milieu ook niet goed.

Als ergens een nieuwe lijn moet komen is het moeilijker, want dan moet je vooraf inschatten of er voldoende reizigers zullen zijn. Als je mensen in een enquête vraagt of ze met de bus zullen gaan reizen, dan zeggen ze allemaal ‘ja’. Maar het is nog maar de vraag of dat dan ook echt zo is.”

En daarna?

“In de periode tussen juni en september stemmen we het plan af met het reizigersoverleg, met de provincies en met de gemeente. Het definitieve plan wordt dan in september goedgekeurd door de gedeputeerde staten. Daarna kunnen de roostermakers aan de slag. Wij beginnen dan met de aanpassing van de lijnennetkaart, halteborden en verzorgen van de juiste Reisinformatie in busboekjes, lijnfolders en op de website.

Zijn er ook wel eens tussentijdse wijzigingen?

“In principe is een nieuwe dienstregeling voor een jaar, maar we blijven ermee bezig om de dienstregeling te bewaken. Het gebeurt wel eens dat op bepaalde route de maximumsnelheid wordt aangepast, of dat een omleiding nodig is omdat er een weg wordt opengebroken. Daar moeten we dan onze dienstregeling op afstemmen. En als de dienstregeling verandert, heeft dat ook weer gevolgen voor de roosters van de chauffeurs. Veranderingen in de roosters kunnen we niet zomaar doorvoeren; die moeten we eerst voorleggen aan de OR. Het doorvoeren van een kleine aanpassing in de dienstregeling duurt minimaal drie weken, maar afhankelijk van hoe ingrijpend de wijziging is, kan dat oplopen tot 3 maanden, als de roosters moeten worden aangepast.”

Wat vind je het leukste aan je werk?

“Het leukste is dat ik heel vaak van tevoren niet weet wat er allemaal op me af komt.  Het ene moment krijg ik een e-mail van een gemeente dat er een halte wordt aangepast en of ik in-en uitstapgegevens kan aanleveren  en gelijktijdig vraagt een buurtbuscomité of het goed is dat ze de vertrektijd van een rit met 4 minuten vervroegen. Elke keer is anders.”