Reizen met de bus in tijden van corona. Wat vinden onze reizigers en chauffeurs ervan?

Mevrouw De Bie, 82 jaar; “ik voel me zorgeloos”

Mevrouw De Bie is 82 jaar en is met de bus onderweg naar een afspraak in het ziekenhuis.  “Ik vind het heerlijk om in de bus te zitten. Lekker naar buiten kijken.”

Mevrouw De Bie houdt fier haar mondkapje omhoog: “Ik heb ‘m hoor!”. “Ik ben niet bang voor besmetting, ik kijk goed uit. Ik draag mijn mondkapje in de bus en ook als ik het ziekenhuis straks binnenstap. Je kan maar beter voorzichtig zijn.” Het mondkapje is soms een beetje benauwd, vooral als de temperaturen wat hoger zijn, maar mevrouw De Bie ziet het niet als belemmering. Ze reist wel buiten de spits, want in de spits is het haar wat te druk. “Ik vind het fijn om geen auto te hebben en ik voel me vooral zorgeloos. Ik hoef nergens naar om te kijken.”

Brett, 17 jaar; “Ik was echt verbaasd over hoe schoon de bussen zijn, complimenten!”

Brett is een enthousiaste 17-jarige. Hij is eerstejaars student journalistiek in Utrecht. Brett komt uit een heuse buschauffeurs-familie en sluit niet uit dat hij over een aantal jaar misschien ook achter het stuur van een bus te vinden is.

 “Ik vind het reizen met een mondkapje nog wat lastig. Ik heb vaak lange ritten van 3 kwartier en dan vind ik het vervelend. Het grootste nadeel van het mondkapje vind ik dat mijn bril beslaat. Dat is echt niet prettig.”

“Maar zolang iedereen netjes zijn mondkapje draagt ben ik niet bang om besmet te raken. Ook vind ik de bussen erg schoon en ben ik bijvoorbeeld niet bang om de armleuning aan te raken. Dat de bussen niet heel vol zijn is ook erg fijn!”

Marieke, 21 jaar: "het mondkapje hoort er nu eenmaal bij" 

Marieke is een 21-jarige student Communicatie & Multimedia Design. Ze maakt gebruik van de bus om naar haar stage te gaan. Door corona heeft ze een tijd vanuit huis moeten werken, maar ze is blij dat ze weer met de bus naar locatie kan. “Een voordeel is dat het nu lekker rustig is in de bus. Normaal zit hij een stuk voller, vooral op de terugweg.” Marieke geeft aan dat ze nu al best vaak met de bus heeft gereisd en dat het dragen van een mondkapje alweer redelijk ‘normaal’ voelt. “Het mondkapje hoort er nu eenmaal bij. Ik vind het niet vervelend, behalve dat het een beetje benauwd kan zijn als het warm weer is. Ik vind het niet eng om met de bus te rijden en ben niet bang om daardoor besmet te raken, maar ik draag het mondkapje vooral om geen gevaar te zijn voor anderen.”

Buschauffeur Patricia Jaspers: “reizigers zijn een stuk beleefder”

Na een carrière van zo’n 18 jaar in de thuiszorg maakte Patricia in 2017 de overstap naar Hermes. Ze ging als buschauffeur aan de slag in de omgeving Eindhoven. En nog steeds rijdt ze haar ritjes vol enthousiasme. Behalve dan tijdens de lockdown. Toen besloot ze tijdelijk terug de zorg in te gaan: “Ik was daar véél harder nodig!”

“Net vóór de lockdown hadden mijn collega’s en ik het extra druk. Veel chauffeurs vallen namelijk in de risicogroep en bleven verplicht thuis. Toen de lockdown uitbrak, kakte het OV helemaal in, waardoor wij met lege bussen rondreden.”

Patricia besloot haar leidinggevende een appje te sturen om te vragen of ze haar Hermes-uniform tijdelijk mocht inwisselen voor ziekenhuiskleding. Patricia: “Ik kom uit de zorg en ik was daar véél harder nodig dan in de bus!” Haar leidinggevende stemde in en was immens trots op Patricia: “Als hij mij ziet, straalt hij nog steeds van oor tot oor. Hij vindt het fantastisch dat iemand van Hermes mee heeft geholpen in de frontlinie.”

Op de vraag of reizigers zijn veranderd in coronatijd, antwoord Patrica: “Jazeker, de reizigers zijn nu een stuk beleefder. Iedereen bewaart afstand, wacht netjes op zijn of haar beurt en draagt een mondkapje. Wat ik wel merk, is dat iedereen even moet omschakelen nu de bussen weer voller raken. Daarom attendeer ik onze reizigers er af en toe op dat ze alle stoelen weer mogen gebruiken.” 

Buschauffeur Margo: "ik kan niet wachten tot mensen weer via de voordeur kunnen instappen"

“Het leukste aan mijn werk is het sociale aspect”, zegt Margo zonder twijfel, “ik begroet mensen altijd als ze de bus instappen en ik zwaai gedag als ze de bus weer verlaten.” Tijdens de corona vond ze het een beetje saai en ze is blij dat de bussen langzaam weer wat voller raken. Verder kan ze niet wachten totdat mensen weer bij ‘haar’ deur kunnen instappen, in plaats van achterin. Dan is het weer wat gezelliger voor haar en kan ze meer contact maken met haar passagiers.

In het begin had Margo het gevoel dat mensen wat onwennig waren, maar gelukkig wordt het steeds normaler.” Daarbij laat Margo zich niet voor de gek houden. “Als mensen nu nog aankomen met het smoesje dat ze niet weten dat ze een mondkapje moeten dragen, dan trap ik daar niet meer in.” Het valt haar op dat, vooral als het weer wat warmer is, dat de reizigers het dan benauwd krijgen door het mondkapje. Ook kunnen ze geen slokje water nemen. Dat vindt ze wel vervelend, maar ze begrijpt goed waarom de regel in het leven is geroepen.

Margo vindt het fijn om te zien dat iedereen netjes in- en uitcheckt, ondanks dat ze er nu niet met haar neus bovenop zit. Ook komen mensen met een e-ticket deze netjes even laten zien. “Soms komen reizigers vragen waarom ik geen mondkapje draag. Als ik uitleg dat ik de 1,5 meter afstand kan bewaken doordat het voorste gedeelte van de bus is afgezet, hebben ze daar begrip voor.”

Joost, 49 jaar; "ik moet met het OV naar mijn werk"

Joost staat op de bus te wachten om naar huis te gaan. De dag ervoor was hij wat gaan drinken in de stad en hij wilde met de bus naar huis, maar hij was helaas zijn mondkapje vergeten. Hij heeft vervolgens de OV-fiets gebruikt om thuis te komen en die heeft hij nu weer teruggebracht. “Ik reis regelmatig met het OV, maar meestal met de trein. Ook tijdens corona moest ik daar gebruik van maken om op mijn werk te komen.” Lachend vult hij aan: “Eerlijk gezegd was dat niet vervelend, want ik had de trein vaak voor mezelf.” Joost draagt een zelfgemaakt mondkapje, maar vindt het niet zo prettig. “Vooral tijdens langere ritten vind ik het benauwd. Ik doe hem op het laatste moment op en weer af zodra het kan.”